ECLI:NL:PHR:2001:ZC3699
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en verwijst zaak terug
In deze zaak gaat het om de vraag of de kosten van ten onrechte verstrekte bijstand kunnen worden teruggevorderd van de partner van de bijstandsontvanger, omdat de gezamenlijke huishouding niet was opgegeven. Gedurende de periode van 1 maart 1994 tot 1 april 1997 ontving de vrouw bijstand van de gemeente Hoogezand-Sappemeer. De gemeente stelde dat de vrouw en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden en dat dit niet was gemeld, waardoor de bijstand ten onrechte was verstrekt.
De kantonrechter stelde vast dat er sprake was van een duurzame gezamenlijke huishouding en kende de terugvordering toe, ook jegens de partner. De rechtbank bevestigde dit in hoger beroep. De partner stelde in cassatie dat de bijstand aan de vrouw als gezinsbijstand was verleend, waardoor terugvordering van de partner niet mogelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat indien gezinsbijstand is verleend, de wettelijke grondslag voor terugvordering van de partner ontbreekt.
Daarnaast wees de Hoge Raad op een procedurele kwestie omtrent de bevoegdheid van de kantonrechter, afhankelijk van de datum van bekendmaking van het terugvorderingsbesluit. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Groningen voor nader onderzoek naar de terugvordering en de bevoegdheid van de rechter.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor nader onderzoek naar de terugvordering en bevoegdheid.