ECLI:NL:PHR:2001:ZD1856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen en bezit van door misdrijf verkregen voorwerpen zonder aannemelijkheid psychische overmacht
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Roermond bevestigd, waarbij verdachte is veroordeeld voor het gewoonte maken van het opzettelijk verwerven, voorhanden hebben en overdragen van door misdrijf verkregen voorwerpen, alsmede voor medeplegen van het valselijk plaatsen van merken op goederen met het oogmerk deze als echt te gebruiken.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat sprake was van psychische overmacht omdat zijn gezin werd bedreigd, waardoor hij geen andere keuze had dan de strafbare feiten te plegen. Het hof heeft dit verweer echter verworpen omdat uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden aan deze dwang.
De Hoge Raad toetst dit oordeel en stelt vast dat het hof de feiten en omstandigheden voldoende heeft gewogen en dat de stellingen van verdachte niet aannemelijk zijn geworden. Het hof heeft de verwerping van het beroep op psychische overmacht voldoende gemotiveerd en dit oordeel is feitelijk van aard, waardoor cassatie niet kan slagen.
De straf bestaat uit een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens is onttrekking aan het verkeer van een aantal voorwerpen bevolen. De Hoge Raad concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en wijst het beroep op psychische overmacht af.