ECLI:NL:PHR:2001:ZD2140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schadevergoeding en proceskosten in cassatie bij brandstichting
De verdachte is door het Hof Amsterdam veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en verbeurdverklaring van een mes. Daarnaast is een schadevergoeding aan de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van fl 2.750, terwijl de benadeelde partij een hogere vordering van fl 5.501,25 had ingediend.
In cassatie is aangevoerd dat het hof ten onrechte niet de volledige schadevergoeding heeft toegekend, met name voor de schade aan de auto en de kosten van rechtsbijstand. Het hof motiveerde de gedeeltelijke toewijzing door de complexiteit van de waardebepaling van de auto, waardoor het niet geschikt was voor behandeling in het strafgeding.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld en dat de kosten van rechtsbijstand niet onder directe schade vallen, maar slechts proceskosten kunnen zijn. Omdat deze kosten niet in eerdere instanties waren geclaimd of bewezen, kunnen zij niet in cassatie alsnog worden toegewezen.
De eigen bijdrage in cassatie wordt eveneens niet toegekend. De Hoge Raad concludeert dat de benadeelde partij als in cassatie in het ongelijk gestelde partij geen kostenvergoeding krijgt en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gedeeltelijke toewijzing van de schadevergoeding blijft gehandhaafd zonder vergoeding van proceskosten in cassatie.