ECLI:NL:PHR:2001:ZD2426
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen uitleveringsuitspraak inzake internationale drugshandel
De Arrondissementsrechtbank Breda verklaarde op 16 augustus 2000 de uitlevering van verdachte aan Italië toelaatbaar wegens deelname aan internationale drugshandel met heroïne, cocaïne en ecstasy. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Hij voerde onder meer aan dat de feiten niet strafbaar zouden zijn volgens Nederlands recht, dat onvoldoende bewijsmiddelen waren overgelegd en dat de vertaling van stukken onvolledig was.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de feiten strafbaar achtte op grond van de artikelen 47, 48 en 140 Sr en de Opiumwet. De eis dat wetsbepalingen van verzoekende en aangezochte staat exact overeen moeten komen wordt niet gevolgd. Ook is het niet vereist dat bewijsmiddelen worden overgelegd bij uitlevering en de vertaling voldeed aan de vereisten van het Europees uitleveringsverdrag.
Wel constateerde de Hoge Raad dat de uitspraak van de rechtbank niet voldeed aan artikel 28, derde lid, van de Uitleveringswet omdat de feiten waarvoor uitlevering wordt toegestaan niet zijn vermeld. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en bepaalt dat de uitlevering kan worden toegestaan met vermelding van de feitelijke omschrijving zoals door Italië opgegeven, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens het ontbreken van een feitelijke omschrijving en staat uitlevering toe met vermelding van de feiten.