ECLI:NL:PHR:2001:ZD2507
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling zedendelicten met onbetaalde arbeid en voorwaardelijke gevangenisstraf
Het gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 26 mei 2000 veroordeeld wegens zedendelicten gepleegd tussen 1982 en 1989. De opgelegde straf bestond uit 100 uur onbetaalde arbeid, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een schadevergoedingsmaatregel. De proeftijd werd door het hof niet vastgesteld.
De verdediging stelde in cassatie dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens verjaring van het vervolgingsrecht voor bepaalde feiten gepleegd voor 10 september 1984. De Hoge Raad oordeelde dat de gewijzigde verjaringsregels, die per 1 september 1994 in werking traden en specifiek betrekking hebben op misdrijven tegen minderjarigen, van toepassing zijn op niet eerder vervallen vervolgingsrechten. Hierdoor was de vervolging ontvankelijk.
De Hoge Raad stelde ambtshalve vast dat het hof het verzuim kon herstellen door alsnog een proeftijd van twee jaar te verbinden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest aangevuld met de proeftijd. Er waren geen andere vernietigingsgronden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en stelde een proeftijd van twee jaar vast bij de voorwaardelijke gevangenisstraf.