ECLI:NL:PHR:2001:ZD2706
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot doodslag met mes in Didam
Op 6 november 1997 stak verdachte zijn vriendin meerdere malen met een mes in de rug, hals, kin en schouder tijdens een ruzie in hun woning te Didam. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte het mes pakte en opzettelijk stak, ondanks zijn verklaring dat hij zich niet meer bewust was van zijn handelingen door een agressieve explosie en alcoholintoxicatie.
De verdediging voerde aan dat opzet niet bewezen kon worden en dat verdachte door een toestand van alcoholautomatisme en black-out niet wist wat hij deed. De Hoge Raad oordeelde dat opzet uit de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte en slachtoffer, kon worden afgeleid en dat de psychiater geen stellig bewijs leverde dat opzet ontbrak.
Het hof kende de benadeelde partij gedeeltelijk schadevergoeding toe voor materiële en immateriële schade, waarbij een deel van de vordering niet-ontvankelijk werd verklaard omdat deze niet van eenvoudige aard was voor strafgeding. De Hoge Raad verwierp ook de klachten over de motivering van deze beslissing.
Het cassatieberoep van verdachte en de benadeelde partij werden verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag en de gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.