ECLI:NL:PHR:2001:ZD2751
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt toewijzing civiele schadevergoeding wegens onontvankelijkheid benadeelde partij
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 9 december 1999 veroordeeld voor mishandeling en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tevens wees het hof de civiele schadevordering van de benadeelde partij toe. De benadeelde partij had zich in eerste aanleg wel gevoegd, maar geen vordering ingediend. De Hoge Raad onderzoekt of dit verenigbaar is met artikel 421 Wetboek Pro van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat voeging van de benadeelde partij inhoudt dat een vordering in eerste aanleg moet zijn ingediend. De benadeelde partij kan zich niet voor het eerst in hoger beroep voegen met nieuwe of hogere schadevorderingen. De schadevergoedingsmaatregel staat los van de voegingsprocedure en kan ook worden opgelegd zonder voeging.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de civiele vordering toewijst en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De strafrechtelijke veroordeling en schadevergoedingsmaatregel blijven in stand. Hiermee wordt de procedurele regel gehandhaafd dat civiele schadevorderingen binnen het strafproces correct en tijdig moeten worden ingediend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover de civiele schadevergoeding is toegewezen en verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.