ECLI:NL:PHR:2001:ZD2880
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over de omzetting en strafoplegging levenslange gevangenisstraf uit Duitsland in Nederland
De zaak betreft de omzetting van een Duitse levenslange gevangenisstraf naar een Nederlandse strafoplegging. De raadsman van de veroordeelde voerde aan dat de Nederlandse rechter gebonden zou zijn aan het Duitse penitentiaire maximum van 15 jaar, zoals bepaald in paragraaf 57a van het Duitse Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat een dergelijke binding niet redelijk is omdat dit een niet bedoeld voordeel voor de veroordeelde zou betekenen.
De Hoge Raad stelt dat het onderzoek naar het al dan niet verzwaard worden van de strafrechtelijke positie van de veroordeelde bij omzetting niet altijd met precisie kan worden vastgesteld, mede vanwege onzekerheden rondom de duur van de detentie in het buitenland. De rechter moet met inachtneming van alle omstandigheden, waaronder buitenlandse en Nederlandse regels omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling en gratie, beoordelen of de strafrechtelijke positie wordt verzwaard.
De Hoge Raad constateert dat de rechtbank zich niet heeft verdiept in deze beoordeling en zich onterecht heeft laten leiden door het uitgangspunt dat de veroordeelde geen voordeel mag ondervinden van het uitzitten van de straf in Nederland. Ook is het feit dat de Duitse levenslange straf een Gesamtstrafe is niet relevant voor deze beoordeling.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis en wijst de zaak terug aan de rechtbank te 's-Gravenhage voor een nieuw onderzoek en beslissing, waarbij de rechtbank de vereiste beoordeling moet uitvoeren en de toepasselijke verdragsbepalingen moet betrekken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging met inachtneming van de verzwaringsbeoordeling.