ECLI:NL:PHR:2001:ZD2913
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling wegens oplichting en bedrieglijke bankbreuk met feitelijk leidinggeven
De zaak betreft een strafrechtelijk beroep tegen een arrest van het hof dat verdachte vrijsprak van oplichting zonder opzet tot misleiding, maar veroordeelde voor meerdere feiten van oplichting en bedrieglijke bankbreuk waarbij hij feitelijk leiding gaf aan de verboden gedragingen.
Het hof stelde vast dat de prospectus van de vennootschap onjuiste waardeaanduidingen bevatte over diamanten en dat de betrouwbaarheid van de onderneming werd gesuggereerd door een schijnbaar onafhankelijk toezichthoudend orgaan. De waarde van de diamanten was lager dan vermeld en de handel was niet deskundig. Verdachte was feitelijk leidinggever en had bewust een schijnzekerheid gecreëerd.
Verder werd bewezen dat verdachte de administratie van de failliete vennootschap niet te voorschijn bracht en dat goederen aan de boedel werden onttrokken zonder dat hij maatregelen nam, ondanks zijn feitelijke zeggenschap. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het oordeel van het hof, waarbij werd onderstreept dat feitelijk leidinggeven ook kan bestaan zonder dat de leidinggever van elk concreet strafbaar feit op de hoogte is.
De Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep en bevestigde de strafrechtelijke veroordeling tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan negen maanden voorwaardelijk.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan negen maanden voorwaardelijk, wegens oplichting en bedrieglijke bankbreuk als feitelijk leidinggever.