ECLI:NL:PHR:2001:ZD3017
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigening zonder onherroepelijke planologische grondslag
De erfpachters van een perceel in de gemeente Haarlemmermeer stelden zich in de onteigeningsprocedure op het standpunt dat de gemeente nog geen onteigening kon vorderen omdat ten tijde van het Koninklijk Besluit (KB) geen onherroepelijke planologische grondslag bestond voor het werk waarvoor onteigend werd. Daarnaast voerden zij aan dat de Kroon niet in redelijkheid had kunnen besluiten dat er voldoende zekerheid was over de planologische inpasbaarheid.
De Rechtbank oordeelde dat het eerste verweer geen steun vindt in het recht en dat de Kroon in redelijkheid tot het KB heeft kunnen komen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat bij onteigeningen op grond van Titel IIa van de Onteigeningswet (infrastructuuronteigeningen) geen expliciete eis geldt dat de planologische procedures volledig zijn afgerond of dat een onherroepelijk bestemmingsplan moet zijn vastgesteld.
De Kroon toetst of er voldoende zekerheid bestaat omtrent de planologische inpassing, waarbij belanghebbenden in de planologische procedure gelegenheid moeten hebben gehad om zienswijzen naar voren te brengen. In dit geval was aan die minimumnorm voldaan. Het cassatieberoep werd verworpen zonder nadere motivering, waarmee de Rechtbank en de Kroon in hun beleid werden bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de onteigening werd verworpen; de onteigening is rechtmatig zonder onherroepelijke planologische grondslag.