ECLI:NL:PHR:2001:ZD3023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naleving artikel 17 Onteigeningswet bij minnelijke verwerving
Eiser is eigenaar van een perceel in Rotterdam dat door de gemeente is aangewezen voor onteigening ten behoeve van een bouwplan. De gemeente heeft meerdere pogingen gedaan om het perceel minnelijks te verwerven, waaronder zes gemotiveerde uitnodigingen en een laatste bod van ƒ 35.000, dat eiser niet accepteerde vanwege een verschil van inzicht over de marktwaarde.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente aan de verplichting van artikel 17 van Pro de Onteigeningswet had voldaan door serieus te trachten het perceel minnelijks te verkrijgen en dat het laatste bod niet op voorhand als kennelijk onwerkelijk of onredelijk kon worden beschouwd. Eiser stelde hiertegen beroep in cassatie in, stellende dat de maatstaf onjuist was toegepast.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank het juiste criterium hanteerde en dat het beroep ongegrond is. Hij benadrukte dat artikel 17 een Pro belangrijke rol speelt om onnodige rechtsgedingen te voorkomen, maar dat de eisen voor serieuze onderhandelingen niet te strikt moeten worden geïnterpreteerd. Het cassatieberoep werd dan ook verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.