ECLI:NL:PHR:2002:AD3688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Navordering onroerendezaakbelasting substraatteelt zonder nieuw feit niet toegestaan
Belanghebbende exploiteerde een tuinbouwbedrijf met substraatteelt en werd tot 1998 vrijgesteld van OZB-heffing op de ondergrond. Na het arrest HR BNB 1997/378, waarin werd vastgesteld dat substraatteelt niet onder de cultuurgrondvrijstelling valt, legde de gemeente Pijnacker een navorderingsaanslag op voor 1998.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze navordering, stellende dat tuinders die niet in volle grond telen gelijk behandeld moeten worden en dat er sprake is van willekeurig beleid en schending van het vertrouwensbeginsel. Het Hof oordeelde dat de navordering terecht was en dat er geen sprake was van willekeur of schending van het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het vereiste van een nieuw feit voor navordering en stelt dat een wijziging van inzicht of beleid op basis van nieuwe jurisprudentie geen nieuw feit is. Tevens wordt benadrukt dat de rechter binnen de grenzen van de rechtsstrijd moet blijven, maar ambtshalve kan oordelen over het ontbreken van een nieuw feit.
De Hoge Raad concludeert dat in deze zaak het vereiste nieuwe feit ontbreekt en dat de navorderingsaanslag daarom niet gegrond is. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de navorderingsaanslag wordt vernietigd. Het vertrouwensbeginsel wordt bevestigd als bescherming van de belastingplichtige tegen onverwachte beleidswijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag omdat het vereiste nieuwe feit ontbreekt en bevestigt dat belanghebbende mocht vertrouwen op het oude beleid.