ECLI:NL:PHR:2002:AD4610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eigendom en teruggave auto bij beslag in ontnemingszaak
In deze zaak staat de vraag centraal aan wie een in beslag genomen Porsche toebehoort en aan wie deze moet worden teruggegeven. De auto was in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een illegale kansspelorganisatie. Klager stelde eigenaar te zijn en verzocht om teruggave. De rechtbank gaf klager gelijk en gelastte teruggave, ondanks de stelling van de officier van justitie dat betrokkene 1 mede-eigenaar was en de auto mede gefinancierd had.
De officier van justitie stelde dat de rechtbank ten onrechte alleen keek naar formele eigendom en onvoldoende rekening hield met economische eigendom en het belang van strafvordering. De Hoge Raad oordeelde dat in ontnemingszaken ook schijnconstructies moeten worden doorzien en dat het belang van strafvordering zich kan verzetten tegen teruggave als betrokkene zeggenschap en belang heeft als een eigenaar.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een inhoudelijke beoordeling van de eigendomsvraag en het belang van strafvordering bij de teruggave van het voorwerp. Hiermee wordt beoogd een juiste balans te vinden tussen de rechten van derden en het belang van de strafrechtelijke vervolging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor beoordeling van eigendom en belang strafvordering bij teruggave van de auto.