ECLI:NL:PHR:2002:AD4919
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stuiting verjaring bij gecombineerde vordering tot ontbinding en schadevergoeding
Eisers kochten in december 1992 een drainwater-ontsmettingsinstallatie (Ozomatic) van Kringkoop. Na installatie bleek in februari 1994 dat de installatie onvoldoende functioneerde, wat leidde tot bedrijfsschade. Eisers stelden Kringkoop in augustus 1995 aansprakelijk en brachten in juli 1996 een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring uit. Op 23 december 1996 werd een dagvaarding uitgebracht met vorderingen tot ontbinding, terugbetaling van de koopprijs en schadevergoeding.
De rechtbank Rotterdam wees de vorderingen af op grond van het beroep van Kringkoop op een verjaringsbeding in haar algemene voorwaarden. Het hof Den Haag bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het beding niet onredelijk bezwarend was, dat het een verjaringstermijn betrof die op 20 juni 1995 was begonnen te lopen, en dat de vorderingen verjaard waren omdat niet aan de vereisten van art. 3:317 lid 2 BW Pro was voldaan.
De Hoge Raad stelt echter dat art. 3:317 lid 1 BW Pro van toepassing is op vorderingen die een combinatie van ontbinding en nakoming (schadevergoeding) betreffen. Lid 1 vereist slechts een schriftelijke aanmaning om de verjaring te stuiten, zonder dat direct een procedure hoeft te worden gestart. De brieven van eisers uit 1995 en 1996 bevatten een aansprakelijkstelling en een sommatie tot terugbetaling en ontbinding, en voldeden daarmee aan de stuitingsvereisten. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen vanwege onjuiste toepassing van de stuitingsregels van de verjaring.