ECLI:NL:PHR:2002:AD5379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt en verlaagt ontnemingsmaatregel wegens overschrijding redelijke termijn
Het Gerechtshof te Arnhem legde aan de veroordeelde een ontnemingsmaatregel op van 48.950 gulden, te betalen aan de Staat, met vervangende hechtenis van 160 dagen bij niet-betaling. Tegen deze uitspraak werd cassatieberoep ingesteld wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting, zoals bedoeld in het EVRM en IVBPR.
De Hoge Raad constateerde dat de verstekmededeling niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend. Ondanks dat de veroordeelde op het GBA-adres stond ingeschreven, was de uitreiking van de mededeling niet onverwijld aan de griffier geschied, waardoor de mededeling niet rechtsgeldig was betekend. Dit leidde tot een overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor zover het de hoogte van het te betalen bedrag en de vervangende hechtenis betreft, en verlaagde deze. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd het belang van correcte betekening en redelijke termijn in cassatie bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt en verlaagt de ontnemingsmaatregel wegens overschrijding van de redelijke termijn en ondeugdelijke betekening.