ECLI:NL:PHR:2002:AD5568
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste strafoplegging bij openbare dronkenschap
Verzoeker werd door de Arrondissementsrechtbank Almelo veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder het zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Voor dit feit legde de rechtbank een hechtenisstraf van één week op. Verzoeker ging in hoger beroep, waarna het Gerechtshof Arnhem oordeelde dat verzoeker cassatie wilde instellen tegen dit feit en zond de stukken door aan de Hoge Raad.
De Hoge Raad constateerde dat ten tijde van het begaan van het feit (3 juli 1999) voor openbare dronkenschap alleen een geldboete was voorzien in art. 435 Sr Pro (oud), en geen hechtenis. Daarom kon de opgelegde hechtenisstraf niet op de toepasselijke strafbepaling worden gebaseerd.
Omdat er geen middelen van cassatie waren voorgesteld, wees de Procureur-Generaal ambtshalve op het gebrek. De Hoge Raad oordeelde dat zonder nader feitelijk onderzoek niet kan worden bepaald welke geldboete passend is, mede gelet op de reeds opgelegde straffen voor andere feiten.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem voor nieuwe beoordeling en afdoening van de strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de opgelegde hechtenisstraf voor openbare dronkenschap en verwijst de zaak terug voor nieuwe strafoplegging.