ECLI:NL:PHR:2002:AD5578

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03916/00
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wet wapens en munitieArt. 588 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ongeldige betekening dagvaarding in hoger beroep bij buitenlandse verblijfplaats

De verdachte is door het Hof Arnhem veroordeeld wegens handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie. Tegen deze veroordeling zijn geen middelen van cassatie ingesteld door of namens de verdachte.

De Hoge Raad richt ambtshalve de aandacht op de wijze van betekening van de dagvaarding voor de terechtzitting van het Hof in hoger beroep. De dagvaarding is op 22 maart 2000 uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland bekend was. Er is echter niet gebleken dat de dagvaarding aan enig adres is aangeboden of verzonden.

Het Hof stelde vast dat de verdachte woonachtig is in Duitsland en geen bekende verblijfplaats in Nederland heeft. Volgens vaste rechtspraak dient in een dergelijk geval de dagvaarding aan het buitenlandse adres te worden toegezonden. Nu dit niet is gebeurd, is het oordeel van het Hof dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend onjuist.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof, behoudens voor zover het vonnis van de Politierechter te Almelo is vernietigd, en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens ongeldige betekening van de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte met verblijfplaats in Duitsland.

Conclusie

Nr. 03916/00
Mr Wortel
Zitting: 6 november 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
1. Verzoeker is door het Gerechtshof te Arnhem wegens 'handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd' veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.
2. In deze zaak zijn door of namens verzoeker geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve vraag ik de aandacht voor de wijze waarop de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van het Hof van 14 april 2000, teneinde in hoger beroep terecht te staan, is betekend. Blijkens de aan het dubbel van die dagvaarding gehechte akte van uitreiking is deze op 22 maart 2000 uitgereikt aan de griffier, omdat van verzoeker geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Er blijkt niet dat deze dagvaarding op enig adres is aangeboden of naar enig adres is verzonden.
4. Verzoeker is in hoger beroep niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. Blijkens de bestreden uitspraak heeft het Hof vastgesteld dat verzoeker geen bekende woon- of verblijfplaats hier te lande heeft, doch wonende is te [woonplaats], [a-straat 1] etage [...], Bondsrepubliek Duitsland.
5. Indien een verdachte niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, noch van hem een woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is, maar wèl een woon- of verblijfplaats van die verdachte in het buitenland bekend is, dient de dagvaarding of oproeping ingevolge het tweede lid van art. 588 Sv Pro aan dat buitenlandse adres te worden toegezonden, vgl. HR 10 juli 2001, griffienr. 02740/00.
6. Nu niet blijkt dat de dagvaarding in hoger beroep is gezonden naar het in de bestreden uitspraak vermelde adres in de Bondsrepubliek Duitsland, getuigt 's Hofs impliciete oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend van een onjuiste rechtsopvatting. De bestreden uitspraak kan niet in stand blijven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter te Almelo is vernietigd, en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,