ECLI:NL:PHR:2002:AD5578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ongeldige betekening dagvaarding in hoger beroep bij buitenlandse verblijfplaats
De verdachte is door het Hof Arnhem veroordeeld wegens handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie. Tegen deze veroordeling zijn geen middelen van cassatie ingesteld door of namens de verdachte.
De Hoge Raad richt ambtshalve de aandacht op de wijze van betekening van de dagvaarding voor de terechtzitting van het Hof in hoger beroep. De dagvaarding is op 22 maart 2000 uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland bekend was. Er is echter niet gebleken dat de dagvaarding aan enig adres is aangeboden of verzonden.
Het Hof stelde vast dat de verdachte woonachtig is in Duitsland en geen bekende verblijfplaats in Nederland heeft. Volgens vaste rechtspraak dient in een dergelijk geval de dagvaarding aan het buitenlandse adres te worden toegezonden. Nu dit niet is gebeurd, is het oordeel van het Hof dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend onjuist.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof, behoudens voor zover het vonnis van de Politierechter te Almelo is vernietigd, en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens ongeldige betekening van de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte met verblijfplaats in Duitsland.