ECLI:NL:PHR:2002:AD5818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat schuldsanering geen automatische opschorting van alimentatieverplichtingen inhoudt
De zaak betreft een geschil tussen een man en zijn ex-echtgenote over de alimentatieverplichting tijdens een schuldsaneringsregeling. De man had een verzoek ingediend om zijn alimentatieverplichting op nihil te stellen, stellende dat zijn draagkracht door de schuldsanering was aangetast. Zowel de rechtbank als het hof wezen dit verzoek af, stellende dat de man zijn financiële situatie kon herzien om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De Hoge Raad bevestigt dat alimentatieverplichtingen die na het van toepassing worden van een schuldsaneringsregeling ontstaan, niet tot de boedel behoren en dus niet worden gesaneerd. De alimentatieplicht blijft bestaan en kan door de alimentatierechter beoordeeld worden, waarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen van de schuldsanering, maar zonder gebonden te zijn aan de beslissingen in de schuldsaneringsprocedure.
De Hoge Raad wijst erop dat hoewel het in de praktijk vaak onrealistisch is dat tijdens schuldsanering alimentatie betaald kan worden, dit niet betekent dat de verplichting automatisch vervalt. De man had volgens het hof voldoende mogelijkheden om zijn financiële situatie te verbeteren en aan zijn verplichtingen te voldoen. De Hoge Raad acht het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de alimentatieverplichting blijft ondanks de schuldsaneringsregeling van kracht.