ECLI:NL:PHR:2002:AD6200
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken schriftelijke volmacht en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat niet was aangetoond dat de bedrijfsleider schriftelijk gemachtigd was zoals vereist door art. 450 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of het ontbreken van de volmacht aan een ambtelijk verzuim van de griffier te wijten was.
Verder is vastgesteld dat het cassatieberoep ruim 24 maanden na instellen van het beroep is behandeld, wat een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro oplevert. De Hoge Raad benadrukt dat deze termijnoverschrijding in de regel leidt tot strafvermindering en slechts in uitzonderlijke gevallen tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden uitspraak en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de gegeven richtlijnen. De overschrijding van de redelijke termijn is niet zo ernstig dat strafvermindering onvoldoende zou zijn. Hiermee wordt het belang van een correcte procedure en tijdige berechting gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van de schriftelijke volmacht en compenseert de termijnoverschrijding met strafvermindering.