ECLI:NL:PHR:2002:AD6213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM bij vervolging coffeeshop zonder gedoogstatus
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd wegens het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, aanhef en onder C van de Opiumwet, door softdrugs te verkopen vanuit een coffeeshop in Veendam. De verdachte exploiteerde de coffeeshop vanaf 13 november 1997, terwijl het gemeentelijke beleid eiste dat een horecaondernemer reeds voor 1 januari 1996 softdrugs verkocht moest hebben om gedoogstatus te verkrijgen.
Het Gerechtshof verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging, omdat de coffeeshop van verdachte niet onder het gedoogbeleid van de gemeente viel. De verdediging voerde aan dat het hof onterecht het gemeentelijke beleid had betrokken en dat het beleid innerlijk tegenstrijdig was, waardoor het OM niet ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat de strafrechter geen diepgaand onderzoek hoeft te doen naar de innerlijke consistentie van het gemeentelijk gedoogbeleid. Het feit dat de coffeeshop niet werd gedoogd op grond van lokaal beleid maakt het vervolgen van verdachte geoorloofd. Het middel van cassatie werd verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de veroordeling van verdachte voor het verkopen van softdrugs zonder gedoogstatus.