ECLI:NL:PHR:2002:AD6634
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt omgangsregeling en wijst zaak terug voor heroverweging
De zaak betreft een geschil tussen vader en moeder over de omgangsregeling met hun kind, geboren in 1997. Partijen waren van 1996 tot 1998 een affectieve relatie aangegaan en zijn sinds november 1998 feitelijk gescheiden. Het kind verblijft bij de vader, die het gezag deelt met de moeder. Diverse voorzieningen en rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming hebben geleid tot voorlopige omgangsregelingen en een advies tot wijziging van de omgang.
Het hof heeft in juli 2001 een omgangsregeling vastgesteld waarbij de moeder het kind drie dagen per week op vrijdag, zaterdag en zondag van 9.00 tot 17.00 uur bij zich mag hebben, met uitbreiding mogelijk bij ruimere huisvesting. De vader klaagde dat deze regeling ertoe leidt dat hij nooit een hele vrije dag met het kind kan doorbrengen, wat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hofbesluit onbegrijpelijk is vanwege het ontbreken van motivering over de gevolgen voor de vader en het niet betrekken van partijen bij de definitieve regeling. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar hetzelfde hof met het advies partijen alsnog in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de omgangsdagen. Alternatieve omgangsregelingen worden genoemd, zoals het vervangen van zondag door donderdag of het om en om een heel weekend.
De Hoge Raad benadrukt het belang van evenwichtige omgang en rust voor het kind en de noodzaak van een duurzame regeling die rekening houdt met de wensen en belangen van beide ouders.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofbesluit over de omgangsdagen en wijst de zaak terug voor heroverweging met mogelijkheid tot inspraak van partijen.