ECLI:NL:PHR:2002:AD7319
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging van feitencomplex in hoger beroep bij koopovereenkomst onroerende zaak
Eisers deden een bod op meerdere onroerende zaken van de nalatenschap van een overledene. Na onderhandelingen bood een erfgenaam een koopovereenkomst aan voor één perceel tegen een lagere prijs dan het oorspronkelijke bod. Eisers stelden dat zij dit bod hadden aanvaard, wat leidde tot een geschil over het bestaan en het tijdstip van de koopovereenkomst.
De rechtbank wees de vorderingen van eisers af, omdat zij onvoldoende onderbouwing boden dat een koopovereenkomst was gesloten. Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat eisers in hoger beroep geen nieuw, inhoudelijk tegenstrijdig feitencomplex mochten aanvoeren zonder redelijke verklaring, en liet hen niet toe dit te bewijzen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een strenge stelplicht toepaste die niet strookt met het recht om in hoger beroep feiten en gronden aan te vullen, ook als deze tegenstrijdig lijken met eerdere stellingen. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.