ECLI:NL:PHR:2002:AD7340
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van bevrachter als vervoerder onder cognossement bij ladingschade
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 8:461 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek en de vraag of Caribbean Rice, als reisbevrachter, als vervoerder onder cognossement kan worden aangemerkt voor ladingschade aan een partij rijst.
Caribbean Rice had een reisbevrachtingsovereenkomst gesloten met de reder van het schip Roermond voor het vervoer van rijst van Curaçao naar Rotterdam. De rijst was verkocht aan Müller's Mühle GmbH, waarbij het risico van de lading bij inscheping op de koper overging. Er was een kapiteinscognossement afgegeven aan Aranti NV, de douane-expediteur van Caribbean Rice. De lading werd beschadigd en Mund & Fester, als ladingschadeverzekeraar van Müller's Mühle GmbH, vorderde schadevergoeding van Caribbean Rice op grond van aansprakelijkheid als vervoerder onder cognossement.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af omdat Caribbean Rice zich niet contractueel tot het vervoer had verbonden en daarom niet als vervoerder onder cognossement kon worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het begrip vervoerder onder cognossement alleen ziet op de tijd- of reisbevrachter die een vervoerovereenkomst met de afzender heeft gesloten. Het enkele feit dat Caribbean Rice haar eigen lading had ingeladen en dat Aranti als shipper op het cognossement stond, was onvoldoende om Caribbean Rice als vervoerder aan te merken.
Hiermee werd de vordering van Mund & Fester afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Caribbean Rice niet als vervoerder onder cognossement kan worden aangemerkt en wijst de vordering af.