ECLI:NL:PHR:2002:AD7341
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over oproeping en verhoor van getuigen bij huurkoopgeschil
In deze zaak gaat het om een huurkoopgeschil tussen eiser en Kijk en Luister B.V. waarbij eiser werd veroordeeld tot betaling van een restantbedrag. Eiser had vijf getuigen aangekondigd, waaronder zichzelf en familieleden, maar geen van hen verscheen op de zitting voor het getuigenverhoor. De rechtbank wees het verzoek van eiser om de getuigen alsnog te horen af, mede vanwege het niet-verschijnen en het ontbreken van een geloofwaardige reden.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke regeling omtrent getuigenoproeping en het verhoor, met name de artikelen 196, 197 en 204 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Raad benadrukt dat art. 197 Rv Pro voorschrijft dat bij niet-verschijnen van een bij aangetekende brief opgeroepen getuige op verzoek een dag wordt bepaald waartegen de getuige kan worden gedagvaard, zonder dat de rechter discretionaire ruimte heeft om dit te weigeren.
De Hoge Raad constateert dat de rechtbank niet heeft vastgesteld hoe de getuigen zijn opgeroepen en binnen welke termijn, waardoor onvoldoende inzicht bestaat in de motivering van de afwijzing. Dit leidt tot vernietiging van het vonnis en terugverwijzing naar de rechtbank voor een nieuwe beslissing met inachtneming van de juiste wettelijke regels en motivering.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van het getuigenverhoor.