ECLI:NL:PHR:2002:AD7352
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding speciewinning onder Deltawet grote rivieren en formele rechtskracht bestuursrechtelijk besluit
Eisers zijn gezamenlijk eigenaar van percelen grond die zijn aangewezen voor speciewinning ten behoeve van kadeaanleg onder de Deltawet grote rivieren (Dgr). Na onderhandelingen stemden zij in met de winning, waardoor het waterschap kon afzien van een last tot inbezitneming. Er ontstond onenigheid over de hoogte van de vergoeding voor de gewonnen specie. Eisers vorderden betaling van een hogere vergoeding dan het waterschap bood, waarna zij het waterschap dagvaardden.
De rechtbank stelde vast dat het waterschap een bestuursrechtelijk besluit had genomen tot vergoeding, dat formele rechtskracht had omdat er geen bezwaar of beroep was ingesteld. Het hof bevestigde dit oordeel. In cassatie betoogden eisers dat het besluit geen bestuursrechtelijke grondslag had en dat de vergoeding privaatrechtelijk moest worden vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het bestuursrechtelijke besluit niet voldeed aan de vereisten van een publiekrechtelijke rechtshandeling en dat er geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. Hierdoor kon het besluit niet de formele rechtskracht verkrijgen die het hof eraan toekende. De zaak moet daarom civielrechtelijk worden behandeld. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem omdat het bestuursrechtelijke besluit geen formele rechtskracht heeft.