ECLI:NL:PHR:2002:AD7361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van gewone rechter versus arbitrage en toepasselijkheid van art. 157b Rv
In deze zaak vordert [verweerster] betaling van facturen van Aan de Stegge, die zich beroept op een arbitragebeding in haar algemene voorwaarden om de rechtbank onbevoegd te verklaren. De rechtbank oordeelde dat het arbitragebeding vernietigd moest worden en verklaarde zich bevoegd. Het hof verklaarde het hoger beroep van Aan de Stegge niet ontvankelijk wegens art. 157b lid 1 Rv, dat hogere voorziening tegen tussenvonnissen over bevoegdheid beperkt.
De Hoge Raad stelt dat art. 157b lid 1 Rv alleen ziet op de vraag welke gewone rechter bevoegd is, niet op de bevoegdheid van arbitrage. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis, stelsel en literatuur. Het hof heeft daarom een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd door het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart Aan de Stegge ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat geschillen over arbitragebevoegdheid niet onder art. 157b lid 1 Rv vallen en dus afzonderlijk kunnen worden aangevochten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart Aan de Stegge ontvankelijk in haar hoger beroep, waarna terugverwijzing naar het hof volgt.