ECLI:NL:PHR:2002:AD7363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige faillissementsaanvraag en aansprakelijkheid beherend vennoot
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Dordrecht bekrachtigde dat de vordering van eiser tot schadevergoeding wegens een onrechtmatige faillissementsaanvraag had afgewezen.
Eiser was ten tijde van het faillissementsverzoek geen beherend vennoot en stond ook niet als zodanig ingeschreven in het handelsregister, maar werd toch failliet verklaard. Het hof oordeelde dat verweerders onrechtmatig hadden gehandeld door het faillissementsverzoek in te dienen zonder juiste controle, maar dat eiser zelf in hoge mate schuld had aan de ontstane schade en daarom zijn schade zelf moest dragen.
Eiser stelde onder meer dat het arrest tegenstrijdig was en dat zijn recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) was geschonden. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden, onder meer omdat eiser niet had gereageerd op het faillissementsverzoek en zelf schuld droeg aan het faillissement. Het beroep werd verworpen en eiser werd in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen wegens eigen schuld.