ECLI:NL:PHR:2002:AD7364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenvonnis zonder eindvonnis
In deze zaak richt het cassatieberoep zich tegen het arrest van het gerechtshof te 's Hertogenbosch waarin eiser in hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard tegen een tussenvonnis van de rechtbank te Breda. Dit tussenvonnis had een getuigenverhoor ingeleid en was interlocutoir van aard. Volgens artikel 337 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan tegen een dergelijk tussenvonnis hoger beroep worden ingesteld, tenzij de rechter dit tussentijds hoger beroep heeft uitgesloten.
De rechtbank had in het dictum van het tussenvonnis geen deel van de vordering als eindvonnis aangemerkt, waardoor het verbod op tussentijds hoger beroep niet doorbroken kon worden. De Hoge Raad bevestigt dat de rechtsoverwegingen met eindbeslissingen niet voldoende zijn om het tussenvonnis als eindvonnis te kwalificeren. De beslissing tot uitsluiting van hoger beroep is preparatoir, zodat hoger beroep slechts tegelijk met het eindvonnis kan worden ingesteld.
Het hof heeft daarom terecht eiser niet-ontvankelijk verklaard. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep met veroordeling van eiser in de kosten.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis.