ECLI:NL:PHR:2002:AD7376
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en alimentatieplicht na wijziging verblijf kinderen bij ouders
In deze zaak gaat het om de alimentatieverplichting na een echtscheiding waarbij de kinderen aanvankelijk bij de vrouw verbleven en de man alimentatie betaalde. Na wijziging van het verblijf van de kinderen naar de man, verzocht deze om alimentatie van de vrouw. De rechtbank honoreerde dit verzoek, maar het hof wees het grotendeels af vanwege de beperkte draagkracht van de vrouw.
De vrouw was aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt en zorgde voor een ernstig ziek kind, wat haar verdiencapaciteit beperkte. Het hof nam deze omstandigheden mee in zijn oordeel en concludeerde dat zij niet redelijkerwijs een hogere inkomstenpositie kon verwerven. De Hoge Raad bevestigt dat bij de beoordeling van draagkracht niet alleen het werkelijke inkomen telt, maar ook wat redelijkerwijs verdiend kan worden.
Daarnaast constateert de Hoge Raad een kennelijke vergissing in het dictum van het hof waarbij de alimentatieplicht ten onrechte aan de man werd toegeschreven in plaats van aan de vrouw. Deze vergissing wordt hersteld. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen, waarmee het oordeel van het hof over de draagkracht en alimentatieverplichting blijft staan.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt een vergissing in de alimentatieplicht en bevestigt het hof in de beperkte draagkracht van de vrouw en haar alimentatieverplichting.