ECLI:NL:PHR:2002:AD7377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing Nederlands recht bij echtscheiding en gezagsvoorziening ondanks gemeenschappelijke Britse nationaliteit
Partijen, gehuwd in Polen en beiden met de Britse nationaliteit, woonden na verblijf in Nigeria sinds 1985 in Nederland. De vrouw verzocht echtscheiding bij de Nederlandse rechtbank, die zich bevoegd verklaarde ondanks een eerdere Schotse procedure. De rechtbank sprak de echtscheiding uit onder toepassing van Nederlands recht, omdat de vrouw geen werkelijke maatschappelijke band met Schotland had.
De man kwam in hoger beroep en verzocht toepassing van Schots recht, alleen gezag voor hem en lagere alimentatie. Het hof bevestigde de Nederlandse rechtskeuze, hield de gezagsbeslissing aan voor nader onderzoek en bekrachtigde de alimentatieverplichtingen. De man stelde in cassatie meerdere middelen aan, waaronder dat het hof ambtshalve had moeten oordelen over litispendentie, de toepasselijkheid van Schots recht en de alimentatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht Nederlands recht toepaste, dat litispendentie niet ambtshalve hoeft te worden beoordeeld en dat het hof de alimentatiebeslissingen voldoende motiveerde. Ook het aanhouden van de gezagsvoorziening voor nader onderzoek was juist. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; Nederlands recht blijft van toepassing en de gezagsvoorziening wordt aangehouden.