ECLI:NL:PHR:2002:AD7379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van ruim 92.000 gulden, waaronder een grote schuld aan Aegon voortvloeiend uit een verkeersongeval waarbij hij zonder rijbewijs, onder invloed en met hoge snelheid door rood reed. De rechtbank veroordeelde hem tot betaling van deze schuld en wees zijn broer af.
Het verzoek tot schuldsanering werd door de rechtbank afgewezen omdat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de schuld, mede doordat hij in de procedure had verklaard de auto van zijn broer te hebben geleend terwijl hij deze zonder toestemming had meegenomen met de intentie te joyriden. Het hof bekrachtigde dit oordeel en vond dat verzoeker geen positieve saneringsgezindheid toonde, mede gezien de omvang van de schuld en zijn arbeidsongeschiktheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoeker niet te goeder trouw was en dat dit een geldige grond is om het verzoek af te wijzen. Het hof heeft ook de omstandigheden meegewogen die verzoeker aanvoerde, zoals zijn gezinssituatie en pogingen tot afbetaling, maar vond deze onvoldoende om het oordeel te wijzigen. Het oordeel van het hof is feitelijk en kan in cassatie slechts beperkt worden getoetst. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schuld.