ECLI:NL:PHR:2002:AD7381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonberekening en bezwarentermijn in arbeidsrelatie chauffeur
De zaak betreft een geschil tussen een chauffeur en zijn werkgever over de vergoeding van extra gewerkte uren en de geldigheid van een 30-dagen bezwarentermijn op urenverantwoordingsstaten. De werknemer stelde dat de werkgever onterecht de door hem ingediende uren had gecorrigeerd en dat de 30-dagen regeling nietig was.
De Hoge Raad bevestigde dat de werkgever de door de werknemer ingediende uren mag controleren en corrigeren op basis van tachograafschijven en ervaringsgegevens, zonder dat sprake is van een normeringsregeling waarvoor instemming van CAO-partijen vereist is. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de 30-dagen bezwarentermijn, hoewel eenzijdig door de werkgever gesteld en niet in de CAO opgenomen, door de werknemer tegen zich moet worden gelaten op grond van redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de werknemer en verwees de zaak terug naar het gerechtshof. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige protesten tegen loonafrekeningen en bevestigt de ruimte voor werkgevers om correcties te baseren op objectieve gegevens en ervaringsregels binnen de CAO-regelgeving.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en de zaak verwezen naar het gerechtshof.