ECLI:NL:PHR:2002:AD7773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vorming van passiefpost voor VUT-verplichtingen onder omslagstelsel niet toegestaan
In deze proefprocedure stond centraal of een passiefpost mag worden gevormd voor verplichtingen uit een CAO-regeling omtrent vrijwillige vervroegde uittreding (VUT) van werknemers. Belanghebbende, aangesloten bij een ondernemersorganisatie en aangesloten bij een Stichting die de VUT-regeling uitvoert, had een voorziening gevormd voor het dekkingstekort van het VUT-fonds op haar balans per 31 december 1997.
De Inspecteur accepteerde deze passiefpost niet, waarna het Hof Amsterdam het beroep van belanghebbende ongegrond verklaarde. Het Hof stelde vast dat de financiering van de VUT-verplichtingen plaatsvindt via een omslagstelsel waarbij de werkgever jaarlijks een bijdrage betaalt die niet kan worden nageheven. Hierdoor ontstaat slechts een jaarlijkse verplichting die reeds in dat jaar is voldaan.
De Hoge Raad bevestigt dat schulden die jaarlijks ontstaan en betaald worden niet als passiefpost mogen worden opgenomen voor toekomstige jaren. Voorzieningen kunnen slechts worden gevormd voor toekomstige uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten vóór de balansdatum, aan die periode kunnen worden toegerekend en waarvoor een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zij zich zullen voordoen. Omdat de toekomstige bijdragen niet aan het balansjaar kunnen worden toegerekend en afhankelijk zijn van toekomstige onzekere omstandigheden, is de vorming van een voorziening niet toegestaan.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof dat goed koopmansgebruik niet toelaat om een passiefpost te vormen voor toekomstige VUT-bijdragen onder een omslagstelsel.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen passiefpost mag worden gevormd voor toekomstige VUT-bijdragen onder het omslagstelsel.