ECLI:NL:PHR:2002:AD7858

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1346
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 202 LandinrichtingswetArt. 185 LandinrichtingswetArt. 186 Landinrichtingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie tegen uitspraak over plan van toedeling ruilverkaveling Walcheren

Eiser heeft bij de arrondissementsrechtbank te Middelburg bezwaar gemaakt tegen het plan van toedeling opgesteld door de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling Walcheren. De rechtbank heeft op 28 maart 2001 uitspraak gedaan waarbij de bezwaren van eiser zijn behandeld.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft echter geconcludeerd dat op grond van artikel 202, onder f, juncto artikel 186 van Pro de Landinrichtingswet geen rechtsmiddel openstaat tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank op bezwaren tegen het plan van toedeling.

Daarom is het beroep in cassatie van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak is ingegaan en het vonnis van de arrondissementsrechtbank in stand blijft.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard omdat geen rechtsmiddel openstaat tegen de uitspraak op bezwaren tegen het plan van toedeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
MR. J.W. ILSINK
ADVOCAAT-GENERAAL
Nr. 1346
Derde Kamer B
Landinrichtingswet
Conclusie van 31 oktober 2001 inzake:
[eiser]
tegen
DE LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "WALCHEREN"
1. Bij vonnis van 28 maart 2001, nr. 117/01, heeft de arrondissementsrechtbank te Middelburg uitspraak gedaan op de bezwaren van [eiser] tegen het door de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "Walcheren" opgestelde plan van toedeling (art. 202, onder e, jo. art. 185 Landinrichtingswet Pro).
2. Bij brief van 11 augustus 2001, ingekomen bij de Hoge Raad op 22 augustus 2001, heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld tegen dit vonnis.
3. Ingevolge art. 202, onder f, jo. art. 186 Landinrichtingswet Pro staat echter tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank op bezwaren tegen het plan van toedeling geen rechtsmiddel open, dus ook geen beroep in cassatie.
4. Ik concludeer dan ook tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G