ECLI:NL:PHR:2002:AD8170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid reder voor kosten opsporing en berging van overboord geslagen container met pesticide
In deze zaak gaat het om het verlies van acht containers vanaf het schip Danah op de Noordzee, waaronder een container met gevaarlijke pesticide trichloorphon. De Staat heeft maatregelen genomen tot opsporing en berging van deze container en vordert vergoeding van de kosten van deze berging van de eigenaar en reder van het schip, Kuwait Maritime Transport Co. (KMT), en van ABN AMRO Bank die een bankgarantie verstrekte.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de plicht tot verwijdering van de in zee geraakte containers alleen rust op de eigenaar van de voorwerpen en niet op KMT als reder/vervoerder, en dat de bankgarantie vervallen is wegens het niet tijdig instellen van de vordering tot vanwaardeverklaring. De Staat stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraken.
De Hoge Raad overweegt dat de verplichting tot verwijdering van zaken die inbreuk maken op eigendom of exclusief gebruiksrecht niet uitsluitend op de eigenaar kan rusten maar ook op degene die de zaak onder zijn toezicht heeft, zoals de reder. Dit sluit aan bij de kanalisatie van aansprakelijkheid in het zeerecht. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de bankgarantie vervalt indien de vordering tot vanwaardeverklaring niet binnen de overeengekomen termijn wordt ingesteld, ook als de hoofdvordering tijdig is ingesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, met name over de schade en aansprakelijkheid van KMT. Hiermee wordt de reder aansprakelijk gehouden voor de kosten van berging van de gevaarlijke container, ook al is hij niet eigenaar van de container.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug; de reder kan aansprakelijk worden gehouden voor de kosten van berging, en de bankgarantie vervalt wegens niet tijdige vordering tot vanwaardeverklaring.