ECLI:NL:PHR:2002:AD8646
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wijziging tenlastelegging vervaardigen en aanwezig hebben van verdovende middelen
In deze zaak stond de vraag centraal of het hof ten onrechte de vordering van de advocaat-generaal tot wijziging van de tenlastelegging had afgewezen. De wijziging betrof het toevoegen van de gedraging 'in ieder geval aanwezig hebben gehad' achter het begrip vervaardigen van een materiaal bevattende MDMA.
Het hof oordeelde dat vervaardigen en aanwezig hebben niet hetzelfde feit waren, omdat deze gedragingen niet gelijktijdig konden plaatsvinden en daardoor geen eendaadse samenloop opleverden, maar meerdaadse samenloop. De advocaat-generaal stelde dat dit oordeel onjuist was en dat onder omstandigheden strafbare feiten die elkaar opvolgen toch als hetzelfde feit kunnen worden beschouwd in de zin van artikel 68 Sr Pro.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door het chronologische verschil als doorslaggevend criterium te nemen. De Hoge Raad stelde dat vervaardigen het aanwezig hebben impliceert en dat beide gedragingen onder omstandigheden gelijktijdig kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld wanneer het poeder dat MDMA bevat al aanwezig is in een tabletteermachine.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de beslissing over het onder 3. tenlastegelegde betrof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting. Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep, omdat hij geen middelen had ingediend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting; verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie.