ECLI:NL:PHR:2002:AD8693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van in het openbaar aanzetten tot haat wegens ras en godsdienst
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het in het openbaar bij geschrift aanzetten tot haat tegen mensen wegens hun ras en/of godsdienst. De feiten dateren van 24 oktober 1995, waarbij verdachte een tekst aan een journalist overhandigde die haatzaaiende uitlatingen bevatte. Het hof veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke geldboete.
De verdediging voerde onder meer aan dat de redelijke termijn was overschreden en dat het openbaar ministerie het gelijkheidsbeginsel schond door vergelijkbare publicaties van anderen niet te vervolgen. Deze verweren werden door het hof en de Hoge Raad verworpen. Ook werd het begrip "in het openbaar" en de uitleg van "ras" in artikel 137d Sr besproken en bevestigd volgens vaste jurisprudentie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat de tekst aanzette tot haat en dat het aanzetten tot haat voldoende bepaald is in de wet. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof de strafoplegging onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde het arrest, waarna de zaak werd verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij strafoplegging en bevestigt de strafbaarheid van het aanzetten tot haat in het openbaar, ook wanneer de uitlatingen via een journalist worden verspreid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van de strafoplegging en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof.