ECLI:NL:PHR:2002:AD8722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering voor medeplegen import MDMA naar Verenigde Staten
De arrondissementsrechtbank te Amsterdam verklaarde op 18 september 2001 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar vanwege verdenking van medeplegen van het importeren van MDMA (ecstasy) tussen mei 1998 en mei 2000.
De feiten betreffen een samenzwering waarbij de opgeëiste persoon als bron van meer dan 70.000 ecstasypillen fungeerde die vanuit Europa naar de Verenigde Staten werden geïmporteerd. Twee getuigen verklaarden dat zij meerdere keren naar Europa reisden om pillen te kopen en naar de VS te verzenden.
De verdediging voerde aan dat de pleegplaats van het strafbare feit niet uitsluitend binnen het Amerikaanse grondgebied lag en dat de rechtsmacht van de VS daarom onvoldoende was aangetoond. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de samenwerking gericht op het binnenbrengen van MDMA zich binnen een district van Florida afspeelde.
De Hoge Raad bevestigde dat medeplegen ook strafbaar is wanneer handelingen buiten het grondgebied van de verzoekende staat plaatsvinden, en dat de uitlevering aan de VS toelaatbaar is. Tevens corrigeerde de Hoge Raad de formulering van de rechtbank over de uitlevering aan de Verenigde Staten zonder dat dit tot vernietiging leidt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar wegens medeplegen van import van MDMA.