ECLI:NL:PHR:2002:AD8741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontnemingsmaatregel wegens schending redelijke termijn
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage een ontnemingsmaatregel bevestigd waarbij verzoeker werd verplicht een bedrag van ƒ 9.743,- aan de Staat te betalen, met vervangende hechtenis van 90 dagen bij niet-betaling. Verzoeker stelde vijf middelen van cassatie voor, waarvan de eerste vier niet ontvankelijk werden verklaard omdat deze niet betrekking hadden op de vaststelling van het ontnemingsbedrag.
Het vijfde middel betrof de schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad constateerde dat er meer dan 24 maanden waren verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak, wat in beginsel een overschrijding van de redelijke termijn vormt.
De Hoge Raad oordeelde dat de behandeling van de ontnemingszaak niet onnodig mag worden vertraagd door het procesverloop in de strafzaak. Daarom werd het middel gegrond verklaard, leidend tot vermindering van het te betalen bedrag en de vervangende hechtenis. De Hoge Raad zal zelf de mate van vermindering bepalen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ontnemingsmaatregel deels en vermindert het te betalen bedrag en de vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn.