ECLI:NL:PHR:2002:AD8813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorschot schadeloosstelling bij onteigening Betuweroute ondanks ontbreken afzonderlijk aanbod aan derde belanghebbenden
De zaak betreft een onteigeningsprocedure voor de aanleg van de Betuweroute waarbij percelen nabij de Charloisse Lagedijk te Rotterdam onteigend worden ten name van Railinfrabeheer B.V. De percelen waren oorspronkelijk eigendom van betrokkenen, maar waren reeds overgedragen aan eiser. De rechtbank had de onteigening uitgesproken en de schadeloosstelling voor betrokkenen op nihil gesteld, terwijl voor eiser een voorschot op de schadeloosstelling werd bepaald op 90% van het aanbod.
Eiser stelde in cassatie dat de dagvaarding niet voldeed aan art. 22 Onteigeningswet Pro omdat geen afzonderlijk schadeloosstellingaanbod aan de derde belanghebbenden (betrokkenen) was gedaan, waardoor de dagvaarding nietig zou zijn. De Hoge Raad overwoog dat het totaalbedrag van het schadeloosstellingaanbod in de dagvaarding was opgenomen en dat het ontbreken van een afzonderlijk aanbod aan betrokkenen niet tot nietigheid leidt, mede omdat de percelen waren overgedragen aan eiser en betrokkenen geen schadeloosstelling toekomt.
Daarnaast klaagde eiser terecht over het door de rechtbank bepaalde voorschot op de schadeloosstelling, omdat Railinfrabeheer B.V. had toegezegd het volledige aangeboden bedrag als voorschot te zullen uitbetalen. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het voorschot lager was vastgesteld en bepaalde het voorschot op het volledige bedrag.
De conclusie bevestigt dat de dagvaarding niet nietig is wegens het ontbreken van een afzonderlijk aanbod aan derde belanghebbenden indien deze geen aanspraak meer maken, en verduidelijkt de toepassing van voorschotten bij schadeloosstelling in onteigeningsprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover het voorschot op de schadeloosstelling lager is vastgesteld en bepaalt het voorschot op het volledige aangeboden bedrag.