ECLI:NL:PHR:2002:AD8830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onteigeningsprocedure en schadeloosstelling bij gesplitst aanbod
Deze zaak betreft een onteigeningsprocedure waarbij een gedeelte van een perceel ten behoeve van de aanleg van de Betuweroute wordt onteigend. De onroerende zaak was oorspronkelijk eigendom van betrokkene 1, maar een deel daarvan was verkocht aan eiser. NS Railinfrabeheer B.V. heeft eiser gedagvaard en een schadeloosstelling aangeboden voor het onteigende gedeelte.
Eiser stelde dat de dagvaarding nietig was omdat het aanbod niet afzonderlijk was gedaan aan betrokkene 1, een derde belanghebbende, en dat de Rechtbank had moeten bepalen dat ook voor betrokkene 1 een schadeloosstelling moest worden vastgesteld. De Hoge Raad oordeelt echter dat de dagvaarding voldoet aan art. 22 Ow Pro omdat het totaalbedrag is vermeld en uit de dagvaarding blijkt waarom geen afzonderlijk aanbod aan betrokkene 1 is gedaan, aangezien deze het perceel had overgedragen aan eiser.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het oordeel van de Rechtbank dat eiser afstand heeft gedaan van zijn recht op zekerheid onbegrijpelijk is, omdat uit de stukken blijkt dat eiser alleen bereid was afstand te doen onder de voorwaarde dat het volledige aangeboden bedrag als voorschot zou worden betaald. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis voor zover het voorschot op de schadeloosstelling lager werd vastgesteld en bepaalt dat het voorschot moet worden verhoogd tot het volledige bedrag van ƒ 173.125,--.
Uitkomst: Het voorschot op de schadeloosstelling voor eiser wordt vastgesteld op het volledige bedrag van ƒ 173.125,--.