ECLI:NL:PHR:2002:AD9044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding proceskosten op grond van het Reglement Medisch Tuchtrecht en toepassing Liquidatietarief
Verzoeker stelde zich op het standpunt dat hij recht had op volledige vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten uit de Rijkskas na een ongegronde klacht bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Het hof had een vergoeding vastgesteld op basis van het Liquidatietarief, waarbij alleen kosten voor proceshandelingen waarvoor verzoeker was uitgenodigd werden meegenomen, en niet de volledige kosten zoals brieven en meerdere advocatenbijstand.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet verplicht was tot volledige vergoeding van de kosten en dat het Liquidatietarief, hoewel niet wettelijk bindend, een passende maatstaf is voor de vaststelling van de vergoeding. De Hoge Raad wijst op de geschiedenis van het Tarief en het Liquidatietarief en benadrukt dat het Reglement Medisch Tuchtrecht (art. 69) bepaalt dat het college bepaalt in hoeverre kosten worden vergoed, met uitsluiting van nodeloos gemaakte kosten.
Het cassatiemiddel dat stelde dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd en onvoldoende had gemotiveerd, faalt. De Hoge Raad stelt dat de begroting van kosten een feitelijke beslissing is die geen uitgebreide motivering behoeft. Het beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof heeft terecht het Liquidatietarief toegepast bij de vergoeding van proceskosten.