ECLI:NL:PHR:2002:AD9050

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/094HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a RvWet op de rechterlijke organisatieWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt beperking draagkracht bij onderhoudsbijdrage kinderen

In deze zaak heeft het Hof Arnhem de man veroordeeld tot betaling van een onderhoudsbijdrage ten behoeve van de kinderen, waarbij het hof heeft vastgesteld dat de behoefte van de kinderen hoger is dan het bedrag dat de man kan betalen. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat het hof het recht heeft geschonden door niet te oordelen dat de man het volledige benodigde bedrag moest voldoen, ondanks haar eigen onvermogen bij te dragen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat iemand niet kan worden veroordeeld tot een onderhoudsbijdrage die zijn draagkracht te boven gaat, omdat zo'n veroordeling niet bijdraagt aan het opvullen van het financiële tekort. Tevens wijst de Hoge Raad erop dat de rechter bij de bepaling van de draagkracht kan abstraheren van bepaalde omstandigheden, zoals in deze zaak is gebeurd.

Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het oordeel van het Hof Arnhem in stand blijft. De zaak bevestigt het uitgangspunt dat de draagkracht van de onderhoudsplichtige leidend is bij de vaststelling van de onderhoudsbijdrage, ook als daardoor een financieel tekort ontstaat.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Hof Arnhem wordt bevestigd.

Conclusie

R 01/094 HR
Parket 21 december 2001
Conclusie mr J. Spier inzake
[De vrouw]
tegen
[De man]
1. Bij beschikking van 22 mei 2001 heeft het Hof Arnhem de man veroordeeld om ten behoeve van der partijen kinderen de in het dictum genoemde bedragen te betalen.
2. Volgens het Hof is de behoefte van de kinderen aan een bijdrage hoger, maar laat de draagkracht van de man niet toe dat hij het desbetreffende bedrag voldoet.
3. De vrouw heeft tijdig cassatieberoep ingesteld. De man is in cassatie niet verschenen.
4. Het middel strekt in de eerste plaats (onder 2.5) ten betoge dat de omstandigheid dat de vrouw geen bijdrage kan leveren aan de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen en dat de man niet hetgeen zij behoeven dient te voldoen "een financieel gat" doet ontstaan. Aldus zou het Hof het recht hebben geschonden althans zijn oordeel ontoereikend hebben gemotiveerd.
5. Voorzover deze klacht al voldoet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. faalt zij omdat zij berust op een misvatting. In het oog springt dat iemand bezwaarlijk kan worden veroordeeld tot onderhoudsbijdragen die de draagkracht te boven gaan.(1) Zo'n veroordeling zou trouwens geen bijdrage kunnen leveren aan het opvullen van het door mr Garretsen genoemde "financiële gat".
6. De klachten verwoord onder 2.6 en 2.7 voldoen, voorzover al begrijpelijk, niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
1 Iets anders is dat de rechter bij de bepaling van de draagkracht van bepaalde omstandigheden kan abstraheren (zoals het Hof in casu ook heeft gedaan); zie nader Asser-De Boer I (1998) nr 624 e.v.