ECLI:NL:PHR:2002:AD9113
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pensioenverrekening bij echtscheiding volgens arrest Boon/Van Loon
Deze zaak betreft een geschil over pensioenverrekening na echtscheiding tussen partijen die gehuwd waren in gemeenschap van goederen. De vrouw betwist dat de man aanspraak heeft op pensioenverrekening of dat deze aanspraak verder gematigd moet worden. De Hoge Raad bevestigt dat de pensioenrechten, ook die opgebouwd vóór het huwelijk, in de gemeenschap vallen tenzij bijzondere verknochtheid aan de gerechtigde dit uitsluit.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest Boon/Van Loon waarin is bepaald dat pensioenrechten in beginsel het resultaat zijn van de gemeenschappelijke inspanning van echtgenoten en bestemd zijn om in de behoeften van beiden te voorzien. De Hoge Raad wijst een extensieve of analogische toepassing van verrekening buiten de gemeenschap af en benadrukt dat matiging slechts kan plaatsvinden binnen de door het arrest gegeven voorbeelden.
De klachten van de vrouw over onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van de wet worden verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de korte duur van het huwelijk geen reden is om pensioenrechten buiten de verrekening te houden. De procedurele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad is niet meer aan de orde.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van rechtbank en hof over de pensioenverrekening.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem bevestigd.