ECLI:NL:PHR:2002:AD9123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens weigering verhuizing: kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding
Eiser werd ontslagen door zijn werkgever Esveha vanwege de verplaatsing van de vestiging van plaats A naar 's-Hertogenbosch. Esveha stelde een verhuisverplichting, hoewel het Sociaal Plan dit niet voorschreef. Eiser weigerde te verhuizen en bleef in plaats A wonen, wat leidde tot ontslag. De rechtbank oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat Esveha onjuiste informatie gaf over de verhuisverplichting en kende eiser een schadevergoeding toe van negen maal het bruto maandsalaris plus vakantietoeslag.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis omdat de rechtbank feiten had betrokken die niet in het geding waren, waarna de zaak werd verwezen naar het hof. Het hof bevestigde de schadevergoeding, maar motiveerde dat eiser niet duidelijk had aangegeven bereid te zijn in Den Bosch te werken zonder verhuisverplichting. Eiser stelde echter steeds dat hij niet wist dat werken zonder verhuizen mogelijk was.
De Hoge Raad stelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld en niet gebonden was aan die motivering, omdat het oordeel van de rechtbank dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de onjuiste verhuisverplichting onbestreden bleef. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt opnieuw verwezen voor een beslissing over de omvang van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beslissing over de schadevergoeding.