ECLI:NL:PHR:2002:AD9135
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg overeenkomst over voorwaardelijke verbintenis tot betaling afvalstort
In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst tussen [eiser] en Het Bastion B.V. centraal, waarbij het hof had geoordeeld dat Het Bastion niet gehouden was tot exploitatie van zandgroeven als stortplaats, maar wel een voorwaardelijke verbintenis tot betaling van 20 cent per ton gestort afval had. Het cassatieberoep betwistte deze uitleg als onbegrijpelijk en stelde dat het hof geen verplichtingen voor Het Bastion uit de overeenkomst had afgeleid.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de overeenkomst begrijpelijk had uitgelegd en dat ook een voorwaardelijke verbintenis een geldige verbintenis is volgens art. 6:26 BW Pro. Het hof had terecht geoordeeld dat een onderzoek naar de exploitatiemogelijkheden van de zandgroeven niet impliceert dat Het Bastion tot exploitatie gehouden was. Het cassatieberoep faalde ook omdat het bewijsaanbod van [eiser] niet ter zake dienend was, aangezien het alleen betrekking had op de mogelijkheden van exploitatie en niet op de daadwerkelijke exploitatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro, omdat de klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het incidentele cassatieberoep werd niet behandeld omdat de voorwaarde voor bespreking niet was vervuld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleg van het hof wordt bevestigd.