ECLI:NL:PHR:2002:AD9145
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbare orde bij tenuitvoerlegging Oostenrijkse kinderalimentatiebeslissingen in Nederland
De zaak betreft de tenuitvoerlegging in Nederland van vier Oostenrijkse rechterlijke beslissingen over kinderalimentatie, waarbij de vader zich verzette tegen uitvoering vanwege arbeidsongeschiktheid en strijd met de Nederlandse openbare orde.
De Oostenrijkse rechter had de vader veroordeeld tot betaling van alimentatie, ondanks zijn stelling van arbeidsongeschiktheid. De vader stelde dat de Oostenrijkse rechter zijn stellingen onvoldoende had onderzocht en dat de tenuitvoerlegging in Nederland strijdig was met de openbare orde, mede omdat hij van een bijstandsuitkering leeft.
De Rechtbank Groningen verleende tenuitvoerlegging voor drie beslissingen, maar weigerde dit voor de beslissing van 1995 wegens onvoldoende motivering en schending van hoor en wederhoor. Het Hof Leeuwarden verwierp het hoger beroep van de vader en het incidenteel hoger beroep van het LBIO, oordelend dat de Oostenrijkse beslissing ernstig in strijd was met fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door een onderzoek in te stellen naar de openbare orde zonder dat daartegen grief was gericht. Tevens stelt de Hoge Raad dat schending van de motiveringsplicht niet zonder meer strijd met de openbare orde oplevert en dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit in deze zaak anders zou zijn.
Ook wijst de Hoge Raad erop dat de vader zich niet kan beroepen op strijd met de openbare orde als hij geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen de Oostenrijkse beslissingen terwijl hij daartoe in staat was. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Leeuwarden en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.