ECLI:NL:PHR:2002:AD9329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op verzwijging tegenover derde-houder van verzekeringscertificaat aan toonder
Marywood sloot in december 1993 een verkoopovereenkomst met een Moskouse koper en schakelde voor het vervoer Seahopper Containerlines en Traconro Europe in. De lading vleeswaren bereikte Moskou pas in juni 1994 en was toen bedorven. Seahopper ging failliet en reageerde niet op aansprakelijkheidsstellingen. Marywood betaalde de koper terug en vorderde vergoeding van de verzekeraar Zürich op grond van een goederentransportverzekering waarvoor een assurantiecertificaat aan toonder was afgegeven.
De rechtbank wees de vordering af omdat het risico op de koper was overgegaan, maar dit werd in hoger beroep niet meer betwist. Het hof oordeelde dat het certificaat een waardepapier is en dat een derde-houder te goeder trouw daarop moet kunnen vertrouwen, zodat de verzekeraar zich niet kan beroepen op verzwijging door de verzekeringnemer.
Zürich stelde in cassatie dat zij zich wel op verzwijging kon beroepen, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep en bevestigde dat de houder van het certificaat beschermd is tegen dergelijke verweren. De vordering van Marywood werd daarmee gegrond verklaard en Zürich werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Zürich wordt verworpen en de vordering van Marywood wordt bevestigd.