ECLI:NL:PHR:2002:AD9334
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over medische keuring en privacy bij alimentatieverzekering na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over alimentatie en de mogelijkheid voor de vrouw om een levensverzekering op het leven van de man af te sluiten ter verzekering van haar alimentatierechten bij zijn overlijden. Na de echtscheiding was overeengekomen dat de man alimentatie zou betalen en ontstond onenigheid over de verdeling van gemeenschappelijke goederen en de alimentatie.
De vrouw vorderde in kort geding dat de man medewerking zou verlenen aan een medische keuring en een gezondheidsverklaring zou afgeven, wat door de rechtbank werd afgewezen. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de man tot medewerking aan de keuring en het afgeven van een gezondheidsverklaring aan de vrouw, met een dwangsom bij niet-naleving.
De man stelde in cassatie dat deze veroordeling inbreuk maakte op zijn recht op privacy en lichamelijke integriteit (art. 8 EVRM Pro). De Hoge Raad overwoog dat het meewerken aan een medische keuring gerechtvaardigd kan zijn uit hoofde van redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen ex-echtgenoten, maar dat het persoonlijk afgeven van de gezondheidsverklaring aan de vrouw een disproportionele inbreuk op zijn privacy vormt.
De Hoge Raad concludeerde dat de uitslag van het medisch onderzoek niet persoonlijk aan de vrouw behoeft te worden verstrekt, maar onder gebruikelijke waarborgen rechtstreeks aan de verzekeringsmaatschappij kan worden gegeven. De zaak werd vernietigd en verwezen, waarbij de Hoge Raad de belangen van privacy en redelijkheid zorgvuldig afwoog.
Uitkomst: De man is verplicht mee te werken aan de medische keuring, maar het persoonlijk afgeven van de gezondheidsverklaring aan de vrouw is in strijd met art. 8 EVRM.