ECLI:NL:PHR:2002:AD9338
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet wegens privégebruik tankpas
De zaak betreft een werknemer die op staande voet werd ontslagen wegens het zonder toestemming gebruiken van een tankpas voor privédoeleinden. De werknemer stelde het ontslag nietig en vorderde doorbetaling van salaris. De werkgever voerde verweer dat het ontslag rechtsgeldig was vanwege het onrechtmatig gebruik van de tankpas.
De kantonrechter verklaarde het ontslag nietig en wees de vordering van de werkgever tot betaling van de tankkosten af. De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat de werkgever te lang had gewacht met het ontslag nadat hij bekend was geworden met het privégebruik. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de werkgever verworpen en het oordeel van de rechtbank bekrachtigd.
De Hoge Raad benadrukte dat de werkgever de dringende reden voor ontslag onverwijld moet meedelen, ook bij schorsing van de werknemer. De discussie over de exacte datum van bekendheid met het privégebruik deed niet af aan de nietigheid van het ontslag. Tevens werd vastgesteld dat de werkgever redelijkerwijs de tankafrekeningen had kunnen inzien vanaf juli 1996, wat het betwiste privégebruik bevestigde.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep ongegrond was en veroordeelde de werkgever in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet werd nietig verklaard omdat de werkgever de dringende reden niet onverwijld had meegedeeld.